Kortzichtig Bezuinigen

Grondslagenonderzoek hoort, zeker gezien de economische crisis, core-business te zijn voor economen, volgens Rob Hagendijk. Dus het plan om juist de leerstoelgroep op te heffen die zich specialiseert in dat soort onderzoek, baart hem zorgen.

Een nieuw stap dreigt in de afbraak van serieuze reflectie op wetenschap aan de UvA.

Een artikel van Rob Hagendijk

DE LEERSTOELGROEP GESCHIEDENIS en methodologie van de economische wetenschappen dreigt uit de faculteit economie te verdwijnen. Opnieuw wordt daarmee een gespecialiseerde voorziening voor onderzoek naar en reflectie op wetenschapsbeoefening opgeofferd. Het is niet de eerste keer en we zijn nog niet aan het eind. Ook bij filosofie dreigt afbraak.
Financieel wanbeheer van de faculteit en de geringe wetenschappelijke prestaties van de groep zelf worden ditmaal als redenen genoemd. Het eerste klopt, het tweede lijkt vooral het gevolg van ondeugdelijke scientometrische evaluatiemethoden. De visitatiecommissie die het oordeel velde zette zelf al vraagtekens bij de geschiktheid van de gebruikte methode voor juist deze groep. De groep heeft een uitstekende internationale reputatie. Niet het onderzoek van de groep, maar de gebruikte telmethode is ondeugdelijk.
Afwijkende scores bij citatentellen voor groepen als deze vormen een bekend probleem in de scientometrie. Er zijn oplossingen voor, maar die heeft men bij economie niet beproefd. Een second opinion vragen wil de ‘reorganisatiedecaan’ Eric Fischer, die na het gedwongen vertrek van voorganger Tom Wansbeek is binnengebracht om de zaak te saneren, kennelijk niet. Dat roept immers al snel de vraag op waar dan wel op te bezuinigen en daar zit hij niet op te wachten. En aldus dreigt wanbeleid met wanbeleid te worden bestreden. Intellectueel beneden de maat, ethisch dubieus, opportunistisch, om niet te zeggen cynisch.
In een tijd waarin wetenschapsfilosofische, methodische en historische reflectie op de economische wetenschappen urgent is, valt eventuele opheffing des te meer te betreuren. Sinds de wereldwijde economische en financiële crisis is de discussie over waarde en betekenis van de economische wetenschappen volop aan de orde. Toonaangevende economen zoals Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, George Soros en vele anderen wijzen daar op. The Economist plaatste in 2009 al zeer scherpe vraagtekens bij het wetenschappelijk gehalte van prominente stromingen in de economie. Methodologische reflectie en grondslagenonderzoek hoort, zeker na de crisis, core-business te zijn voor economen. Voor kritische bezinning is grondig wetenschapshistorisch en methodologisch onderzoek van belang. Omdat de lokale bazen niet in staat zijn de faculteitskas op orde te houden, wordt de mogelijkheid dat onderzoek goed aan te pakken opgeofferd. Kortzichtig, wrang en dom.
Het verdwijnen van deze groep is de zoveelste stap in de afbraak van serieuze reflectie op wetenschap aan de UvA. Eerder werd de vakgroep wetenschaps- en technologiedynamica bij de FMG opgeheven. De bijbehorende leerstoel sneuvelde bij pensionering van zijn bezetter, professor Stuart Blume. Nu staat dus de leerstoelgroep bij economie op de nominatie te verdwijnen. Maar daarmee is het verhaal niet af. Op afzienbare termijn zal in de FGW de persoonsgebonden leerstoel wetenschapsfilosofie sneuvelen als hoogleraar Gerard de Vries met pensioen gaat. Ook dat besluit is genomen, al weten weinigen ervan. Het bijna stilzwijgend laten verdwijnen van het professoraat vermijdt moeilijke discussies voor een toch al gekwelde faculteit. Maar het is bizar. In 2002 nam toenmalig decaan Van der Toorn nog het besluit om alle studenten van de faculteit geesteswetenschappen te verplichten een cursus wetenschapsfilosofie te volgen. Onderwijs aan een universiteit hoort te worden ondersteund door onderzoek. Daarvoor zijn behoorlijke voorzieningen nodig. Onder de ogen van collegevoorzitter Van der Toorn sneuvelen die nu.
De Universiteit van Amsterdam laat zich graag op haar missie als klassieke onderzoeksuniversiteit voorstaan. Gespecialiseerde voorzieningen voor wetenschapsfilosofie, methodologie en wetenschapsonderzoek behoren daartoe. Als de reorganisatiedecaan het niet als zijn taak ziet daarin te voorzien, dan behoren het College van Bestuur en de gezamenlijke decanen hun verantwoordelijkheid te nemen. Door het sluipenderwijs laten verdwijnen van het onderzoek naar en de reflectie op wetenschap, technologie en samenleving dreigt de UvA de kwaliteit te verliezen die bij haar trots uitgedragen missie past.

Rob Hagendijk is universitair hoofddocent politicologie.

[Artikel verschenen in Folia]

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

Comments are closed.